Belevenissen in het eerste jaar

Leave a comment

September 2009
Alles zo goed voorbereid willen hebben stuiten we na aankomst toch op de oh zo bekende Franse bureaucratie.

Na een voorspoedige verhuizing van de container en onszelf zijn we na lang anticiperen eindelijk woonachtig in ons nieuwe thuisland Frankrijk.
De zon schijnt, het gras is groen en de grote witte Charolais koeien staan achter onze tuin in het weiland.
Na ons ingeschreven te hebben bij het stadhuis, dat 50 meter verderop ligt, keren we opgelucht huiswaarts en zien vervolgens de grote vrachtwagen met oplegger onze kant op rijden.
De chauffeur stapt uit, net als zijn bijrijder. Beide kijken wat moeilijk en de chauffeur verklaart na enkele ogenblikken dat de wagen met geen mogelijkheid door onze poort heen kan. Dit lijkt mij erg overtrokken omdat wij de poort 3,60 m breed hebben gebouwd, zodat hij juist met de oplegger door de poort heen kon! Wisten wij veel dat ze met een extra lange oplegger zouden komen voor een 40 ft container! En met de breedte van de weg hadden wij ook geen rekening gehouden….. Nadat ik de chauffeur eens lief heb aangekeken met de mededeling dat hij toch een echte vakman is, klimt hij weer in de cabine.
Inmiddels is onze Franse buurman naar buiten gekomen want enige sensatie in het dorp, daar moet hij toch wel bij aanwezig zijn! Terwijl de Chauffeur de wagen in zijn achteruit zet en via een hele wijde bocht de draai probeert te maken om op ons terrein te komen staat onze buurman naast de poort aanwijzingen te roepen in het Frans. Ik sta aan de andere kant van de opening naar de chauffeur de aanwijzingen in het Nederlands te vertalen. Na een paar keer bijna onze, met veel moeite geplaatste, poort omver gereden te hebben lukt het de vakman om de oplegger met container op ons terrein te krijgen. Zo zie je maar, had ik het vakmanschap van de chauffeur toch goed in geschat! Met veel bombarie en aanwijzingen van onze buurman wordt onze 20 ft container in het gemaaide gras gezet. Na controle of de deuren wel open kunnen zit het werk er eindelijk op.
Onder het genot van een kop koffie krijgen we te horen dat de beide heren eerst niet begrepen wat ons bezielde om naar Frankrijk te verhuizen. Tijdens de rit vanaf Bouillon echter zijn ze volledig gaan begrijpen waarom we hier willen wonen. Het landschap, zo groen en heuvelachtig, dat na iedere bocht een mooier plaatje levert dan de bocht ervoor, ons uitzicht over de weilanden met grote koeien en het bos een kilometer erachter. Terwijl ze genieten van de koffie vervolgens het besef dat het hier nog steeds erg lekker weer is in tegenstelling tot het koude Nederland.
Na nogmaals mijn blijk van waardering te hebben uitgebracht over zijn stuurmanskunst en een goede thuisreis gewenst te hebben, vertrekken de heren weer, met de mededeling dat ze volgens jaar zeker terug zullen komen wanneer de B&B geopend is, maar dan met vrouw en kinderen!
Goede reis, heren. En nogmaals bedankt!

Na een heerlijke nachtrust die uitsluitend werd verstoord door onze 2 waakhonden werden we uitgerust wakker.
Na ontbijt op bed (de caravan is maar 8 m2 groot) maken we een heerlijke wandeling met de hondjes over het plattelandsweggetje achter ons dorp.
Op 10 uur denken we alles geregeld te hebben en vertrekken we naar Charleville-Mezieres, waar we onze ziektekostenverzekering moeten gaan regelen.
De zon schijnt en we rijden door piepkleine dorpjes en groene dalen tot in de stad. Er staan prachtige gebouwen en het lijkt er niet zo druk als in Nederlandse steden.
Nadat wij even op onze beurt hebben moeten wachten gaan we het kantoortje binnen bij de Cpam. Binnen enkele minuten staan we onverricht ter zake weer buiten, want ons was tijdens het vorige bezoek niet verteld dat wij zelf een huisarts en tandarts hadden moeten zoeken en ook niet dat we een Franse RIB hadden moeten hebben. Een RIB is de informatie van je bank met je rekeningnummer. Nu hebben wij een Nederlandse bank en daar had ik alle informatie van meegenomen. Maar… als je in Frankrijk iets gedaan wil hebben moet je een Franse bankrekening hebben!
Dan maar op zoek naar een telefoonwinkel voor een draadloos mobiel internet stick, een clé 3G. Omdat ik een eigen bedrijf heb moet ik wel mijn email kunnen ophalen. Het is altijd leuk als er orders binnen komen, maar als je ze niet uit kan laten voeren heb je er zo weinig aan.
Na een keuze gemaakt te hebben uit alle mogelijkheden, kopieën van mijn ID te hebben gemaakt en het maandbedrag te hebben afgesproken blijkt dat ook dit te mooi was om waar te zijn. Wederom de mededeling geen RIB? Dan ook geen internet!

Vervolgens terug naar Vouziers. Dan maar daar een bankrekening openen om zodoende de benodigde RIB te bemachtigen. Wat een drama…. Eerst word je zeer vriendelijk ontvangen en dan volgt de vraag of je factuur bij je hebt van de EDF of de DDE. Die hebben we niet, want wij kopen stroom van de buurman. Omdat wij nog niet met de bouw zijn begonnen hebben we ook nog geen noodstroomvoorziening of een water aansluiting, dus geen factuur.
Helaas, monsieur et madame, geen factuur staat gelijk aan geen bewijs dat je er woont. Als je niet kunt aantonen dat je er woont, kun je geen rekening openen. Maar u betaalt toch belasting? Ga maar een kopie halen bij het hotel des finances. Zo gezegd zo gedaan. Wij stappen in de auto en racen naar het belastingkantoor, dat uiteraard net 7 minuten voor onze aankomst is gesloten. Dan maar naar de notaris, want die kan ook bewijzen dat wij eigenaar zijn van ons terrein en er gaat toch niets boven het woord van een notaris?
Bij aankomst zien we een oude camper staan met Nederlands kenteken. Er zitten 2 oudere mensen in die een wegenkaart zitten te bestuderen. Ik vraag mijn man of ik ze niet zal vragen of ze verdwaald zijn en stap gelijk uit de auto. Ik houd de deur aan de bovenkant vast terwijl ik mij af sta te vragen of ik ze te hulp zal schieten of niet. Dan blijkt dat ik de deur nog steeds vast heb en mijn man heeft het autoraam dichtgedaan. Ik begin van schrik en pijn te vloeken als een viswijf en mijn echtgenoot heeft moeite de sleutel terug in het contact te doen om het raam weer te openen. Eindelijk word ik bevrijd. De tranen lopen over mijn wangen en ik zie de mensen in de auto raar naar mij kijken. “Ja, ik spreek ook Nederlands” roep ik hen toe terwijl mijn vingertoppen blauw worden. Mijn man buigt zich over mijn hand en onderzoekt mijn vingers met een bezorgde blik. Het is niet gebroken, dus laten we maar gaan, denk ik dan. De vakantiegangers rijden weg en wij lopen vol verwachting het notariskantoor binnen.

Binnen een mum van tijd staan we weer buiten met een verklaring die ondertekend is door de notaris. Nu kan niets ons meer in de weg staan voor het openen van de rekening, dachten wij. Nou, vergeet het maar! We mogen dinsdag terugkomen met onze buurman, zodat hij aan kan tonen dat hij op zijn adres woont en kan verklaren dat wij bij hem wonen… hoe gek kan je het verzinnen! Gelukkig is onze lieve buurman niet alleen bereid om een verklaring te geven, maar hij wil zelfs op zaterdag al met ons mee naar de bank.
Op zaterdag staat de buurman al opgedirkt en op tijd op ons te wachten bij de weg. Hij babbelt honderduit over van alles en nog wat en bij de bank melden we ons voor een bespreking met de directeur. Na een half uur komt de directeur uit zijn kamer en zegt ons gedag. Na nog een 15 minuten wachten komt hij terug en verklaart geen tijd voor ons te hebben want we moeten een afspraak maken voor dinsdag! Had hij dat niet 3 kwartier eerder kunnen vertellen? We vragen onze papieren terug die hij sinds de dag ervoor had liggen en vragen onze buurman of hij een andere bank weet. Opgetogen gaat hij ons voor naar zijn bank, waar we een afspraak kunnen maken voor maandag. Ik zal dan een privé rekening openen, want mijn lief is dan al weer terug naar Nederland om te werken in Amsterdam! De buurman belooft mee te gaan op maandag en alles zal goed komen. Dat hopen we dan maar!

Maandag 21 september.
Na een alleraardigst gesprek bij de bank en een eerste storting voordat ik ook maar een rekeningnummer heb kom ik weer op ons terrein terug.
De honden, Pebbles van 40 kilo en tevens de moeder van Cajou met haar 60 kilo komen mij razend enthousiast tegemoet. Kijk eens hoe goed we op het terrein hebben gepast vrouwtje! Met deze indringer hebben we korte metten gemaakt! Enthousiast rennen ze heen en weer tussen mij en de inmiddels dode kat van de buren. Ik ben geschokt. De honden straffen kan niet, want ze hebben het terrein verdedigd en daar zijn ze voor. Daarnaast is de tijd tussen de kat doden en nu straffen veel te groot dus zullen ze nooit die connectie maken. Ik besluit hun enthousiaste gedrag te negeren en ga de caravan binnen. Als de schemering valt besluit ik de kat te begraven, want de buurvrouw van streek maken door haar te gaan vertellen dat één van haar katten zo dom is geweest de honden uit te dagen lijkt mij geen goede zet voor onze relatie.

Maandag 5 oktober
Na een regenachtige dag waarbij het afscheid ons zwaar valt vertrekken we naar Reims.
Onderweg gaan we nog even langs de Carrefour om wat eten en drinken te halen voor mijn wederhelft om tijdens zijn reis naar Nederland te nuttigen.
De dame aan de kassa is allesbehalve enthousiast of vlot. Haar gezicht staat op donder en de rij wordt steeds langer. Op een gegeven moment begint de dame achter ons te klagen en ik reageer door te zeggen dat wij onderweg zijn naar het station en dat de trein van mijn man over 20 minuutjes vertrekt. Ze vraagt of wij dan niet voor mogen van de mensen voor ons, dus ik draai mij om en vraag aan de dame voor ons of wij eerst mogen. Natuurlijk heeft zij ons gesprek gehoord en geeft zij toestemming, net als de dame daarvoor en de meneer die zelfs voor haar aan de beurt is. Opgelucht rekenen we af en terwijl ik de heer en de dames nogmaals vriendelijk bedank, zie ik dat wij door de mensen in kwestie vriendelijk worden nagezwaaid. We zetten het op een rennen om snel bij de auto te komen en rijden rap door de stad naar het station. 10 minuutjes later loop ik alleen weer terug naar de auto om weer een uur naar huis te rijden.

Na een lekkere wandeling met de hondjes maak ik een heerlijk vers stokbroodje met kaas.
Terwijl ik op bed zit te werken aan mijn laptop hoor en zie ik één van onze katten bij de deur van de caravan staan mauwen. Ik zeg haar gedag en werk verder. De kat springt bij mij op bed en plotseling is zij naarstig op zoek naar iets. Onder de dekens, tussen de kussens, over het bed, weer aan de andere kant tussen de lakens.. Het lijkt wel of ze iets kwijt is, maar dat kan toch helemaal niet? Ze blijft als een dolle heen en weer lopen en overal te ruiken en te zoeken. Stel je nou eens voor dat ze een muis mee heeft genomen. Straks loopt het beest over mijn bed, of ligt het ergens bloederig tussen mijn lakens! Ik besluit voorzichtig mee te gaan zoeken en binnen enkele minuten zie ik ineens een klein bruin neusje uit het dekbed verschijnen. Heeft de kat warempel toch een muis meegenomen met het plan het in mijn bed op te gaan eten. Ineens zie ik de muis bewegen dus ik zet de kat er heel snel bij. Ze doet haar werk goed en neemt de muis direct in haar bek. Het beestje piept en ik heb gelijk hele bloederige visioenen die zich op mijn bed afspelen. De kat, met de muis in haar bek, zet ik snel op de grond, maar ze laat het vallen. De hond Pebbles ligt in de hondenmand en kijkt verdwaasd naar de kleine bruine muis die zich ineens in haar mand bevindt. Ze snuffelt er eens aan en de muis verstopt zich snel in de staart van de hond. Ik realiseer mij ineens dat de muis zo groot is als mijn vingertop en de hond weegt 40 kilo. Ik begrijp dat Pebbles het nieuwe geurtje wel interessant vindt en zie dat ze de kat op afstand wil houden. Ik besluit het muisje met twee handen te pakken, maar het beestje is zo snel en klein dat het over mijn hand heen de mand uit rent. De kat zit te wachten en begint tegen de hond te brommen. Foute boel natuurlijk, want Pebbles beschermt graag alles wat klein en weerloos in haar mand ligt en valt de kat aan. De muis rent de andere kant op en ik zie dat hij nooit de drempel over kan komen. Ik zet mijn hand in een kommetje voor de drempel, de muis rent op mijn hand en wipt zo de deur uit. Zo, ik kan weer rustig terug mijn bed in!

Na twee weken heb ik eindelijk mijn felbegeerde RIB, dus kan ik eindelijk onze ziektekostenverzekering regelen. Op goed geluk ga ik naar een huisarts 12 kilometer verderop, die ons aanbevolen was door kennissen. Na enig zoeken ga ik de wachtkamer binnen waar een moeder met onopgevoed ettertje en een oudere heer op hun beurt wachten. Als ik na lang wachten eindelijk aan de beurt ben ga ik naar binnen. Er zit een gezette man achter zijn bureau met een kort grijs baardje. Kabouter Plop heeft een broer en die woont in Frankrijk! Hij blijkt onze nieuwe huisarts en gelukkig alleraardigst. Hij is uiteraard bereidwillig om de papieren van de ziektekostenverzekering te ondertekenen en als ik hem vraag een woord in het Engels te vertalen komt hij naast mij zitten en doet het hele verhaal nog een keer uit de doeken in het Engels.. Heel erg lief, maar niet nodig want het meeste had ik wel begrepen.
Na eindelijk de ondertekende papieren in handen te hebben vertrek ik de dag erna bijtijds weer naar Charleville-Mézières. De rij wachtenden is immens en na ruim een uur op mijn beurt wachten mag ik naar binnen. Er zit een aardige jongedame die mijn papieren overneemt en mij vervolgens meedeelt dat ze niets voor mij kan doen. Ze kijkt mij onverbiddelijk aan met de mededeling dat ik een uittreksel van onze geboorteaktes moet overleggen en zonder dat kan ze geen dossier aanmaken.
Ik besef dat het er nu op of onder is. Iedere keer een uur en tien minuten heen, parkeerplekje zoeken, op mijn beurt wachten en onverhoopt ter zake weer een uur en tien minuten terugrijden is niet iets wat ik nog een keer van plan was. Ik besluit tot grof geschut en begin te huilen. Ik vertel haar al snotterend dat dit mijn derde bezoek is en dat zij de eerste is die mij dit vertelt. Ik moet iedere keer zo ver rijden en iedere keer vertellen haar collega’s dat ik weer iets anders nodig heb! Ze kijkt mij lichtelijk opgelaten aan. Ze kijkt nog eens in al de papieren die zij van ons voor zich heeft liggen en pakt de telefoon. Na enkele ogenblikken met een collega te hebben gesproken hangt zij weer op en zegt een voorlopig dossier te kunnen maken. Over een week of drie krijg ik de papieren toegestuurd en kan ik de geboorteaktes met de papieren retour sturen. Opgelucht haal ik weer adem. Dit had ik twee bezoeken eerder moeten doen!

Wegens de erfenis van een aantal wapens zijn wij begonnen met de procedure deze wapens naar Frankrijk te importeren.
Na een bezoek aan de sous-prefecture in Vouziers krijg ik een lijst mee met alles waar we aan moeten voldoen. Foto’s van de wapens, een foto van de kluis, de factuur, een officieel bewijs dat we eigenaar zijn en de verblijfplaats van de wapens maar ook dat we lid moeten zijn van de schietclub. Waar de schietclub is word vlug uitgelegd en ik ga op zoek.
Het adres is snel gevonden, maar er hangt geen bordje met de openingstijden. Van de week nog maar een keertje langsrijden in de hoop dat het dan wel open is.
Na enkele keren voor niets voor de deur van de club te hebben gestaan ga ik maar eens langs de ardennes’ chasse. Omdat de ardennes’ chasse de enige winkel in de wijde omgeving is die munitie en wapens verkoopt mag ik toch wel aannemen dat zij weten wanneer de schietclub open is. Niet dus. De eigenaar wist niet eens waar de schietclub zit, laat staan wanneer het open is! Dan maar langs de gendarmerie. Na wat rondvragen bij collega’s hoor ik uiteindelijk van de vriendelijke agent dat de club uitsluitend op zondagochtend open is. Fijn te weten, dus nu op zondag langs.
De volgende zondag ochtend sta ik vroeg op, zoek al mijn papieren bij elkaar en na het uitlaten van de honden vertrek ik naar Vouziers. Er staan veel auto’s voor de deur en onwennig stap ik naar binnen. In een klein zijkamertje zitten een aantal mannen te kletsen. Ik klop aan en zeg iedereen netjes gedag. Ik vraag naar de voorzitter en ook die blijkt aanwezig. Ik leg hem in mijn beste Frans uit waar ik voor kom. Geen probleem zegt hij in rap Frans en ook van hem krijg ik een waslijst met eisen.
Eén van de eisen is een doktersverklaring dat we niet gevaarlijk of gestoord zijn, dus wij naar de nieuwe huisarts. Hoe een arts die ons absoluut niet kent dat kan bepalen is mij nog altijd een raadsel, maar zo gezegd zo gedaan. Binnen 10 minuten staan we weer buiten, met de gevraagde verklaring. Nu mogen we op zondag ochtend met clubwapens gaan schieten op de club want met eigen wapens heeft nog een lange weg te gaan.

Er is een aanbieding bij de Leclerc voor schuurtjes. We besluiten er één te bestellen in de hoop deze in de loop van de week op te kunnen halen. Na een maand is het echter pas zo ver. De lang verwachte abri de jardin ligt voor ons klaar en met de aanhanger achter onze auto rijden we vol verwachting naar de stad.
De verwachte enorme doos blijkt een 80 kilo zwaar pakketje te zijn. De abri blijkt uit een aluminium bouwpakket te bestaan dat ons uiteindelijk 6 uur kost om in elkaar te zetten en dan is het ineens donker. Met zaklampen staan we in het donker te zoeken naar de juiste schroefjes, boutjes en moertjes terwijl het ook nog begint te regenen. Morgen weer een dag, denken we uiteindelijk en gaan de caravan binnen om wat te eten, te drinken en te slapen. Terwijl we nog even met de honden een rondje lopen begint het te waaien. Ik maak mij zorgen om de abri, maar dat is nergens voor nodig zegt mijn ego. Helaas vertrouw ik er niet helemaal op en gedurende de hele nacht ben ik van ieder geluidje wakker uit angst dat de abri er van door is gewaaid.
Midden in de nacht horen we een klap. We vliegen uit bed, graaien een zaklamp en gaan naar buiten. In het donker ligt aan het einde van de tuin onze met veel moeite in elkaar gezette abri, onderste boven en half verwrongen. Dat is balen, hoe krijgen we dat nu weer in orde? Het regent en waait nog steeds flink en we staan in pyjama dus besluiten we de abri maar te laten en de gebruiksaanwijzing en gereedschap dat nu in het noodweer buiten ligt te redden. Kletsnat stappen we de caravan binnen en leggen de spullen te drogen. Eerst nog maar wat slapen, dan zien we straks wel weer verder.
Uren later is de storm gaan liggen. Na ons fatsoenlijk te hebben aangekleed gaan we een rondje lopen met de meisjes en beginnen aan het overleg hoe we dit op gaan lossen. Met ons tweeën het huisje proberen op te tillen en dan beetje bij beetje terug op zijn plek krijgen is de enige oplossing. Het huisje is nog redelijk zwaar, maar na een paar pogingen is het eindelijk gelukt en kunnen we beginnen aan de afwerking. Na nog eens 3 uur schroeven zetten en deuren in hangen is het eindelijk klaar. De schade van de storm valt nog mee. Hier en daar is een deukje, maar met een kiwiboom ervoor zie je daar niks meer van!
Er is echter één klein detail waar we geen rekening mee hadden gehouden. In het gebied waar we wonen kan het zoals we al gemerkt hadden, flink stormen. Helaas zijn we vergeten om schroeven en pluggen te halen om het huisje aan de fundering te bevestigen dus ook dat moeten we anders oplossen.
Met behulp van planken die we op de metalen onderrandjes leggen zetten we de wasmachine als verzwaring op de planken. De allereerste windstoot echter, schuift heel de schuur naar achteren en van de fundering af. Met veel moeite zetten we de schuur weer op zijn plek en ik bedenk een oplossing. We hebben hele lange en dikke palen over die ik achter het schuurtje schuin in de grond steek. De andere kant van de paal duw ik tegen het schuurtje aan, zodat er een stut ontstaat. Na dit op meerdere plekken gedaan te hebben ben ik er vrijwel zeker van dat de wind het schuurtje niet meer omver kan blazen. Nadat manlief ook nog een pallet en andere zware balken ter verzwaring heeft neergelegd is ook hij tevreden. De schuur is verder ingericht met de boodschappen en de wasdroger, dus kunnen we voorlopig schoon gekleed verder.
Na een goede nachtrust is de wind weer opgestoken. Windkracht 9 zorgt ervoor dat de abri lekker klappert, maar het blijft staan! Nu maak ik mij zorgen dat de wind gaat draaien. De stutten hebben dan uiteraard totaal geen functie als de wind van de andere kant komt, dus wil ik 2 palen aan de voorkant zetten met de kiwi bomen ernaast. Zo kan het schuurtje niet weg waaien en is er steun voor de kiwibomen. Twee vliegen in één klap, dacht ik zo. Helaas waait het even te hard, dus dat komt van de week… als het schuurtje er nog staat, tenminste.

Januari 2010
Doordat de caravan niet is geïsoleerd en het behoorlijk klam is geworden besloten we dat we tijdelijk iets gaan huren.
We hebben een mooi huis gevonden in Monthois, 8 kilometer verderop. Kantoor, douche, keuken, slaapkamers zat en een ruime omheinde tuin voor de honden. Wat wil een mens nog meer?

Februari 2010
Het heeft al 2 dagen flink gestormd. Windkracht 10 met flinke onweer en immense plensbuien. Doordat het huis luiken heeft hebben we een redelijk veilig gevoel gecreëerd door de luiken dicht te doen. De honden uitlaten is gedoemd tot even een rondje kerk, dus plassen en poepen en weer rap terug naar binnen.
Het is best eng buiten. Doorgangen zijn versperd, wegen zijn niet toegankelijk omdat dikke bomen zijn omgewaaid, telefoonpalen zijn als luciferhoutjes geknapt en elektra is op veel plaatsen uitgevallen omdat hier alles nog bovengronds loopt. Zelfs de bakker komt niet langs omdat het gevaarlijk is op straat. In de nacht horen we een enorme harde windstoot, de rest van de nacht schrikken we telkens wakker van geklapper tegen het huis, of is het bij de buren? In de ochtend is de storm eindelijk gaan liggen. Buiten ligt er een enorme ravage aan afval, delen van bomen, dakpannen, en ander onbestemde troep. Er blijkt bij ons een deel van het tinnen dakbeschot losgewaaid te zijn, en een deel ervan zit nog met een spijker of wat vast aan de rand van het dak. Bij iedere windvlaag klapt het tegen het huis aan met het risico vandaag of morgen los te schieten met alle gevolgen van dien. We besluiten eens polshoogte te gaan nemen op het bouwterrein. Wellicht is de caravan omgewaaid of ligt er een boom op het terrein. We rijden er met een gespannen gevoel naar toe. Onderweg kijken we onze ogen uit naar de schade die her en der is ontstaan. Bij aankomst in het dorp zien we kapotte telefoonleidingen over de weg liggen. Bij ons terrein staat de poort wagenwijd open. De wind heeft het volledige slot uit zijn voegen geblazen en het is compleet verwrongen. Verbaasd lopen we het terrein op. De caravan staat er wonder wel nog steeds, maar waar is het schuurtje? Het gereedschap ligt verspreid door de tuin en ineens horen we een geluid In de tuin van de buurman ligt ons tuinhuisje, volledig verwrongen en vlak bij de open koeienstal. Het aluminium huisje is van het beton losgescheurd alsof het een blaadje papier was en over het 2 meter hoge hek gewaaid! We beseffen dat dit naar omstandigheden goed is afgelopen, want stel je voor dat het aluminium bij de koeien was gewaaid! Na een aantal pogingen het huisje weer aan onze kant van het hek te krijgen, waarbij de koeien van slag raakten door het geluid, hebben we de buurman uiteindelijk maar gevraagd het restant een keertje over het hek te zetten met de tractor. De keer erop was de hoop verwrongen aluminium inderdaad als een prop papier bij ons neergelegd.

Juni 2010
We hebben bericht gekregen van de sous-prefecture betreffende de wapenimport.
Ik ga langs het kantoor en krijg te horen dat ik met het dossier naar de Douane mag in Charleville-mezieres voor een verklaring dat ik de wapens mag importeren.
Verheugd dat we eindelijk zo ver zijn bel ik van te voren om een afspraak te maken. De man snapt niet wat ik bedoel en stelt voor een afspraak te maken. Dat heb ik al vanaf de eerste zin gevraagd, maar goed. Ik vertrek op de afgesproken dag naar Charleville-Mezieres en vind na een paar keer vragen het gezochte adres. De man waar ik de afspraak mee heb is de chef de bureau en hoort zichzelf heel graag praten. Nadat ik hem heb verteld waar ik voor kom gaat hij op internet plaatjes zoeken van de wapens. Deze laat hij mij vol trots zien en gaat mij er onnodige dingen over zitten vertellen waar ik niet op zit te wachten. Vervolgens gaat hij mij vertellen wat ik hem 20 minuten daarvoor zelf heb verteld, maar goed. Lief blijven lachen en beleefd blijven want misschien heb ik hem nog een keertje nodig. Uiteindelijk krijg ik te horen dat de categorie waar de wapens onder vallen moet laten bepalen en daarvoor moet ik in Parijs zijn. Omdat ik echt niet van plan ben om voor jan doedel naar Parijs te rijden vraag ik hem om een telefoonnummer en adres. Na wat aandringen krijg ik een printje met alle benodigde gegevens en keer ik weer terug naar huis.
De volgende dag bel ik Parijs. Een alleraardigste mevrouw legt mij uit dat zij helemaal geen categorieën bepaalt, dat doet de sous-prefecture in Vouziers. Vervolgens leg ik haar uit dat die mij naar de douane stuurt en de douane stuurt mij naar haar! Ze verzoekt mij naar de sous-prefecture terug te gaan en de dame daar te vragen Parijs te bellen, wat ik vervolgens doe.
“Nee”, zegt de dame van de sous-Prefecture, “voor de categorie bepalen moet je naar de Gendarmerie in Vouziers’. Ik net voor de lunch op maandagochtend naar Vouziers. “Nee”, zegt de gendarmerie in Vouziers, daarvoor moet je naar de Gendarmerie in Monthois. Laat die nu net dicht gaan en pas op donderdag middag weer open zijn. Ik keer weer terug naar huis en wacht tot donderdag middag.
Donderdag middag vertrek ik met dossier naar de gendarmerie in Monthois. Ik leg uit waar ik voor kom en de mannen kijken me niet begrijpend aan. Ik leg hem uit dat ik in rondjes word verwezen en dat ik het behoorlijk zat begin te raken. Uiteindelijk neemt er één het initiatief tot actie en gaat voor me bellen. Hij komt opgelaten terug lopen en vertelt; Nee, daarvoor moet je bij de Ardennes’ chasse zijn. Grrr, ik word gek! Omdat de ardennes’ chasse binnenkort dicht gaat wegens slechte omzet besluit ik direct in de auto te stappen en er naar toe te rijden. Bij de Ardennes’ chasse aangekomen leg ik hem uit waar ik voor kom. Wat denk je? Nee, mijn winkel gaat dicht dus heb ik geen vergunning meer. Voor de categoriebepaling moet je naar de wapenhandel in Reims! Gelukkig heeft hij contactgegevens en ik keer weer naar huis terug.
Ik zoek op internet de email gegevens en stuur een mailtje met foto’s en de uitgebreide uitleg wat ik nu van hem wil. Na een paar dagen wachten heb ik nog geen enkele reactie gekregen. Ik bel en krijg van de aardige meneer te horen dat hij het druk heeft gehad. Vervolgens vraagt hij of ik even naar Reims wil komen met de wapens… Geduldig leg ik hem uit dat als ik dat kon ik hem niet nodig had om de wapens naar Frankrijk te krijgen. Die liggen nog altijd in bewaring bij de Nederlandse politie, vandaar de foto’s! Hij belooft mij er naar te kijken en mij per email bericht te sturen, wat vervolgens weer een paar dagen op zich laat wachten. Uiteindelijk heb ik de categoriebepaling van de wapens! Nu de volgende stap.

Juni 2010
We gaan eind volgende maand terug naar Bouconville. Het huis geeft te veel onrust door de enorme hoeveelheid herrie overlast van het verkeer aan deze doorgaande weg, de irritatie van het loslatend behang en ander achterstalling onderhoud dat maar niet door de huisbaas word gedaan.
Doordat ik veel alleen moet doen ben ik op een dinsdag ochtend om 7 uur al onderweg naar beneden. Laptop in mijn ene hand, ontbijtboel in de andere en op mijn sokken… De onderste tree was wat smaller dan gedacht en ik voel mijn voet wegglijden. Na met een harde klap op de grond terecht gekomen te zijn wacht ik rustig tot ik zelf wat bedaard ben van de schrik. De tranen lopen over mijn wangen van de pijn, en ik vraag mijzelf af hoe ik in vredesnaam overeind ga komen. Mijn stuitje doet verschrikkelijk veel pijn, maar hier blijven zitten op de koude betegelde vloer is geen optie. De honden moeten nodig uitgelaten worden en Zoran komt pas vrijdag avond laat thuis. Ik werk mijzelf langzaam en huilend overeind. Lopen doet zeer en ik heb een donker vermoeden dat er iets niet helemaal goed is.
Ondanks de pijn laat ik de honden uit en stap vervolgens héél voorzichtig in de auto omdat de auto bij de garage moet zijn voor een keuring door een expert. De expert is netjes op tijd en bekijkt gelijk de auto die al op de brug is gezet. Binnen enkele minuten heeft hij uitsluitsel. Er mag geen meter meer gereden worden met de auto, want het is levensgevaarlijk. De motor kan blokkeren, waardoor de auto onbestuurbaar zou worden. Dit is nieuws wat ik er net even niet bij kan hebben en ik begin te huilen. De expert kijkt me erg opgelaten aan en ik leg uit dat ik een slechte dag heb en het is pas half 10!
Met de automonteur kan ik gelukkig regelen dat ik toch met de auto naar huis kan om het één en ander te regelen en ik besluit na overleg met Zoran toch maar even langs de dokter te gaan.
Na een kort onderzoek is zijn conclusie heel stellig, maar ik mag voor de zekerheid nog even oor een röntgenfoto. Mijn stuitje is gebroken! Gelukkig komt mijn reddende engel al naar huis gereden, want alleen met de honden en de verhuizing in deze situatie is ondoenlijk. Het goede nieuws is, dat hij de avond ervoor een jeep heeft gekocht en deze nu naar huis komt brengen. Oh oh oh, wat is hij leuk!

8 augustus 2010
Darling klauwt aan de deur, net zo lang totdat ze het open heeft gekregen.
Ze komt met haar bek vol miauwend binnen lopen. Ik houd wijselijk mijn mond dicht uit angst dat ze met de muis op bed zal springen. Ik hoor haar ineens nerveus heen en weer schuifelen. De muis is ontsnapt en zij is op zoek! Ineens hoor ik gepiep en dan is het stil. In de ochtend vind ik het beestje dood terug voor het toilet. Ben ik blij dat ik niet hoefde te plassen. Ik had er gegarandeerd op gestaan!

In de avond lig ik bijna te slapen wanneer ik de honden aan hoor slaan. Ik zet mijn bril op en kijk naar buiten. Er staat een vreemde auto voor de poort en er staat een vrouw naast met een stapel papieren in haar handen. Ik trek mijn vest aan en ga naar buiten. De vrouw heeft inmiddels haar hand door het hek gestoken en aait één van de honden. Het zal wel goed volk zijn, want deze hond laat zich niet zo snel aaien. De vrouw blijkt Niesje te zijn, een kennis met een vakantiehuisje in een dorp verderop. Ik realiseer me al wat ze bij zich heeft en roep haar al van verre lachend toe “Hollands leesvoer, gewéldig!”. Ze heeft een hele stapel met Weekend, Plus en Privé bij zich. Allemaal krijgertjes, hoor, zegt ze nadrukkelijk. Mij maakt het niet uit. Ik vind het erg lief dat ze aan mij heeft gedacht en ik heb er plezier van. Het is lief bedoeld en dat zeg ik haar dan ook. Het gesprek komt op mijn moestuin. Ze vraagt of ze even mag kijken en volgt mij, met haar vriendin die nog in de auto zat, naar achteren. Ze bewonderen mijn grote courgettes, de enorm lange planten watermeloen en ook het uitzicht. Ik neem mij voor hen komende week het één en ander te brengen, want voor mij alleen is het allemaal veel te veel.

10 augustus 2010
Ik word wakker van het gemiauw van Darling. Aan de manier waarop begrijp ik dat ze een muis voor me heeft. Slaperig begin ik tegen haar te snauwen er vooral buiten mee te gaan spelen, maar in plaats dat ze dat ook doet laat ze de muis los. Het beest hoor ik piepen en ik hang over de kant van het bed om te zien wat er gaande is. Darling heeft de muis weer in haar bek en geeft het de genade beet. Vervolgens laat ze het los en rent ze hard naar buiten. Ontbijt voor mij dus, en in mijn ooghoek zie ik een tweede liggen voor bij de koffie.
Na het opruimen van de lijkjes sta ik op het terras. Parmantig komt Forest aangelopen met zijn prooi van de ochtend. Hij legt het voor me neer en bijt pontificaal de kop van de muis eraf, laat deze op de grond vallen en gaat er weer vandoor. Weer iets om op te ruimen, alsof ik niets anders te doen heb!

11 augustus 2010.
Na een telefoontje met een lief stemmetje krijg ik zowaar een auto te leen van de lokale garage. Na een uur gereden te hebben naar Charleville-mezieres om de wapen import te regelen komt de regen werkelijk met bakken uit de hemel. Gelukkig vind ik een parkeerplaatsje voor de deur en ik ren met mijn dossier naar binnen. De persoon in kwestie is op vakantie en zijn vervangster is er nooit op woensdag! Hoe heb ik het zo kunnen plannen, vraag ik mij af. Dan door naar Sedan. Bij de kamer van koophandel vraag ik waar ik moet zijn om de algemene voorwaarden te deponeren. Wat komt u doen? Waarom? Bij wie wilt u dat doen? Hier? Waarom? Vervolgens wordt er in paniek gebeld naar een dame in Charleville-mezieres. Ik krijg de telefoon in mijn handen gedrukt en mag het zelf uitleggen wat ik kom doen. Na het noemen van een email contact wordt er iemand anders geroepen. Ik mag mee naar een kantoor boven en een alleraardigste meneer, die ook nog zijn Engels wil oefenen, staat mij te woord. Ik blijk de eerste te zijn die algemene voorwaarden wil komen deponeren. Lijkt mij erg onwaarschijnlijk, maar ik geef hem het voordeel van de twijfel. Mij word geadviseerd vooral mijn advocaat te vragen, want bij de kamer van koophandel hebben ze geen idee!
Dan maar door naar Bouillon om een pakket te posten voor een relatie in Nederland. De Belgische post is tenslotte betrouwbaarder dan de Franse, dus het loont de moeite de reis te maken. Bij de Colruyt mijn bestelling van Vegetarisch gehakt opgehaald en daarna een uur terug naar huis gesjeesd om de bestelling in de vriezer te krijgen voordat het is ontdooid. De leenauto is voor sluitingstijd terug gebracht en dat ik vergeten was te tanken… Ach, dat geeft niks hoor, bezweert de monteur mij. Maar mijn auto is nog steeds niet gerepareerd! Op de fiets met zachte banden begeef ik mij in de harde wind weer naar huis.

Je zou maar angst hebben voor naaktslakken. Mijn binnenkomst in de voortent deed mij denken aan een horrorfilm waarbij je zo’n iep iep iepend geluid te horen krijgt. Er zitten wel 10 tot 15 grote naaktslakken op de voortent aan de binnenkant, de rits, op de wand van de caravan, op de pallet op de grond in de voortent en ook buiten zitten ze overal waar je kijkt. Ik ben geneigd slakkenkorrels te strooien, maar met een kleine egel in de tuin is dat moord met voorbedachten rade. Toch maar niet, denk ik gemoedelijk, terwijl ik mijzelf hink stap sprong de voortent weer uit werk. Mij opvreten doen die slakken niet!

Ik ontvang een smsje. Vous avez une nouveau message. Fijn, weer geen bereik gehad terwijl iemand me belt. Het bericht is van de Franse distributeur. Hij heeft een hele goede vriendin, die ook importeert en serieus geïnteresseerd is in mijn producten. Haar bedrijf zal ook op de Sial zijn dus dan kunnen we kennis maken. Ze heeft mijn gegevens en zal me contacteren, en oh ja, het bedrijf zit in Montreal!

12 augustus
Na een luie middag met gekregen Hollands leesvoer doorgebladerd te hebben besluit ik na een vroeg diner een wandelingetje met de honden te maken. Bij terugkomst komt ons een vreemde, grote hond ons opgewonden tegemoet lopen. Het blijkt een zwarte retriever te zijn met een rode halsband om zijn nek. Hij lijkt behoorlijk onder de indruk van mijn beide dames te zijn, en ook zij zijn niet geheel onverschillig. De eigenaar is in geen velden of wegen te zien en een telefoonnummer of tatoeage is niet te vinden. Hij zou toch niet gedumpt zijn? Plotseling zie ik de buurjongen van verderop. Maxim komt na mijn roepen mijn kant op lopen. Ik vertel hem dat ik deze hond net hier heb gevonden en vraag of hij weet wie de eigenaar is. ‘Die is toch van opa?!” zegt hij vol overtuiging. Nu heb ik toevallig gisteren de hond van zijn opa uitgelaten en hij is dan ook wel zwart, maar zeker de helft kleiner! Nee, dit is absoluut niet de hond van mijn buurman, maar van wie dan wel? Misschien is de hond hier gedumpt, zegt Maxim. Gebeurt wel vaker hoor, bezweert hij mij. Ik besluit met de hond naar de burgemeester te lopen om te zien of hij iets weet. Iedereen die ik onderweg tegenkom vraag ik of zij weten van wie de hond is, maar helaas.
Jacqueline, de vrouw van de burgemeester doet open. Ook zij heeft geen idee, maar omdat ik onderweg de suggestie heb gehoord dat de hond in het volgende dorp thuis zou horen belt zij de burgemeester van het bewuste dorp. Ook die weet helaas van niets. Ik vraag haar of het slim is als ik op de hond pas. Omdat de hond geen probleem is met mijn honden en ik bang ben dat hij anders aangereden word vraag ik haar mij direct op de hoogte te stellen als ze iets weet. Vervolgens keer ik naar huis terug.
De hond luistert goed en is duidelijk gewend aan de riem te lopen. Ik zet hem vast aan een paal en geef hem eten en drinken. Ook dit doet hij netjes zonder grommen en ander ongewenst gedrag. Nadat ik de afwas heb gedaan neem ik hem mee naar het chaletje, waar ik hem aan het terras vastmaak. Met een oud vlonder creëer ik een afdak voor de nacht en zorg voor zijn natje en droogje. Nadat alle honden iets lekkers hebben gehad kleed ik mij om en ga lekker op bed zitten om te werken. Rust! Eindelijk tijd voor mijzelf, daar was ik hard aan toe. Dan loopt er iemand voorbij… Onze honden vliegen luid blaffend naar het hek en naast het chalet hoor ik een zwaar baritonachtig geblaf, dat vervolgens niet meer ophoud… Ik stap naar buiten en meneer zit parmantig te blaffen terwijl onze meiden verbaasd naar hem omkijken. Wat een mooi geluid! Ik, en waarschijnlijk ook alle buren, hopen dat dit niet de hele nacht doorgaat! Na een duidelijk en herhaald “suffice” is het stil. Maar voor hoelang?
Een dag later blijkt de hond van Belgen te zijn die aan de andere kant van de Route National wonen. Meneer blijkt voor onze bijna loopse teef aan de wandel te zijn gegaan, maar word gelukkig snel opgehaald door zijn opgeluchte baas.

Binnenkort meer…

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *